Naar inhoud springen

bidden

Uit WikiWoordenboek
  • bid·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bidden
bad
gebeden
klasse 5 volledig

bidden

  1. inergatief (religie) in gebed zijn, een godheid iets vragen
    • Voor het slapen bid ik altijd mijn avondgebed. 
     Mijn zondagochtendlijke fietstochten leidden me de afgelopen jaren echter niet langer naar kerkgebouwen, maar ik voelde me steeds meer aangetrokken tot de natuur. Toen ik aan het lopen was, werden Yosemite en Kings Canyon mijn kathedralen. In de natuur vind ik rust en vrede om na te denken en te bidden.[3]
  2. inergatief iemand dringend/met klem iets vragen, smeken
    • Ik bid je om daarmee te stoppen. 
    • Ik heb gesmeekt en gebeden bij de gemeente om eindelijk eens die gevaarlijke spoorwegovergang te sluiten. 
     we kunnen alleen maar bidden dat Arnoud Maakvrede behalve een brave burger vooral een Amsterdammer is.[4]
  3. inergatief (dierkunde) (van vogels) klapwiekend stilhangen in de lucht
    • Ik zag hoog in de lucht een valk bidden. 
[3] termen uit de ornithologie:

+

100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. bidden op website: Etymologiebank.nl
  2. "bidden" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be